Verhaal

Er was eens heel lang geleden, iets meer dan 14 eeuwen om niet precies te zijn, een jongeman uit Jeruzalem die besloot in de hoofdstad van het keizerrijk het recht te gaan bestuderen. Amoz heette hij. Hij was intelligent en gedreven en maakte dus snel carrière. Tot het noodlot toesloeg en een staatsgreep plaatshad. Een rebellerende generaal doodde de keizer en greep de macht. In de geschiedenisboeken is hij gekend als keizer Phokas, een wrede houwdegen (*) die ook niet zo heel erg veel van de Joden hield.

Amoz vluchtte uit Konstantinopel en besloot zijn jongensdroom te realiseren. Hij reisde naar de mysterieuze gebieden ten zuiden van zijn Joodse vaderland. Het land vanwaar de wierook kwam, het land dat nooit door vreemde legers kon worden ingepalmd, noch door Romeinen, noch door Perzen en gekend was onder de verlokkelijke naam Arabia Felix, het Gelukzalige Arabië.

Amoz kiest als eerste reisdoel de beroemde heilige stad Mekka, de belangrijkste Arabische pelgrimstad, naast vele andere centra van heidendom en uiterst tolerant polytheïsme. Bij zijn aankomst wordt de heilige stad getroffen door een aardbeving. Hij is getuige van de dood van een kind, vertrappeld door de panikerende menigte. De vader van het kind, een zekere Mammet, is radeloos.
Amoz biedt hulp en komt aldus in contact met de hoge notabele Khadija, moeder van de omgekomen kleuter. Mammet heeft nu geen zoon meer en is de wanhoop nabij. Zijn andere zoontje stierf jaren daarvoor aan het gif van een schorpioen. Zoveel rampspoed kan hij niet aan en hij verzinkt steeds verder in zwaarmoedigheid. Hij zoekt antwoorden op existentiële vragen in gesprekken met joden en christenen, maar wordt vooral beïnvloed door een kwade genius, een zekere Nastur, een man met een duister verleden.

Khadija hoopt haar man van zijn gepieker en getob te kunnen afhelpen door hem op een lange en moeilijke missie te sturen naar Abessynië in gezelschap van Amoz. Zij rekent erop dat dit zijn gedachten zal verzetten en zij slaagt er ook in de evil guy Nastur te verbannen uit Mekka. Helaas, door een vreemde wending van het lot kruist diens pad weer dat van Mammet en Amoz.

Enkele avontuurlijke hoofdstukken verder, met reizen door Abessynië, zwoele erotische escapades aan de kust van de Rode Zee en de brand van de tempel van Mekka, begrijpt Khadija dat het probleem van Mammet onoplosbaar is. Hij ploetert steeds meer in zijn religieuze waanvoorstellingen en valt regelmatig in heftige confrontaties met al wie weigert hem te volgen in zijn obsessieve denkbeelden vol dreiging en verdoemenis. Zij verstoot hem, huwt Amoz en verlaat Mekka voorgoed om zich terug te trekken in de woestijnoase Oebara, het angstvallig bewaarde geheim, diep verscholen in het ontoegankelijke zuiden van het Arabisch schiereiland. Van op afstand worden beide via verslagen op de hoogte gehouden van de verdere ontwikkelingen in Mekka, waar hevige spanningen en aanvaringen tussen Mammet en de Raad van Tien (het stadsbestuur) naar een onvermijdelijk hoogtepunt leiden.

Mammet vlucht naar Medina, de geboortestad van zijn moeder, en predikt er verder met succes een eigengereid soort religieuze theorie waarbij de zuiverheid centraal staat, de zuiverheid en de terugkeer naar de bron, zijnde de openbaring van God aan Abraham, de zuiverheid van het pakt dat de Joden geschonden zouden hebben. Het levert hem vanwege de Joodse gemeenschap slechts schimp, smaad en schouder¬ophalen op. De spanningen met de Joden komen langzaam tot een kookpunt.

Met de christenen heeft Mammet minder problemen, behalve waar het aankomt op de goddelijke natuur van Isa (Jezus) die in zijn visie wel een profeet was, maar niet de Zoon van God. Reden waarom men aanvankelijk ook – ten onrechte – zijn leer voor een nieuwe christelijke sekte hield. Mammet slaagt er ook in de politieke macht te nemen in Medina. Hij wordt gaandeweg steeds fanatieker, vooral in de vervolging van de Joodse bevolking. Op het einde delft Mekka het onderspit, en spoedig volgt de rest van het Arabisch schiereiland. Alleen het schuiloord van Khadija en Amoz biedt nog weerstand.

De roman is uiteraard gelardeerd met bijwijlen uiterst kritische, ja zelfs bijtende, filosofische beschouwingen over religie, maar laat zich overigens lekker lezen als een spannend avonturenverhaal.

Asir is een provincie van Saoedi-Arabië. Asir is tot 1934 een onafhankelijk emiraat geweest. In dat jaar werd Asir door Saoedi-Arabië veroverd. De gewoonten en cultuur van de inwoners lijkt veel op die van de inwoners van Jemen.

Saoedi-Arabië – Asir Regio

In 2015 behaalden de Fransman Michel Houellebecq en de Algerijn Boualem Sansal een ophefmakend succes in de Franstalige literaire wereld met hun dystopische toekomstromans, respectievelijk de bestsellers Soumission en 2084.
Met De Gifmenger wordt gegraven naar de diepere wortels van het tentaculaire probleem waarvan Houellebecq en Sansal de toekomstige ontwikkeling beschreven.

De Gifmenger keert de blik naar het verleden en beschrijft de langzame afdaling in de hel en de noodlottige ontwikkeling van wat in aanleg een ietwat naïeve maar fidele kerel was, tot een nietsontziende fanatieke en wraakbeluste tiran. Het is een ouderwets epos van formaat, het soort boeken dat zelden nog geschreven wordt.
Geniet, huiver en lees hoe “Arabië werd gekraakt als een oude zeeschildpad in de muil van een haai”.

Arabia Felix, wat staat voor Gelukkig Arabië is een Romeinse benaming voor het zuiden en zuidwesten van de Romeinse provincie Arabia Petraea, het huidige Asir en Jemen.

Arabia Felix

(*) In zijn interessante historische roman De secretaris behandelt Wim Jurg deze turbulente geschiedenis (uitg. Damon).